De bank kan de schuld verhalen op diegene die de schuld is aangegaan. Daarnaast kan de bank bepalen dat een ander zich mede hoofdelijk aansprakelijk stelt.
Voorbeelden hiervan zijn ondermeer:
1. de echtgenoot van degene die de lening aanvraagt, waarbij het geen verschil maakt of er sprake is van huwelijksvoorwaarden of een algehele gemeenschap van goederen;
2. de ouders van een kind dat (nog) niet voldoende inkomsten heeft om zelfstandig de lening af te sluiten. Mocht het kind niet meer aan zijn verplichtingen voldoen, dan kunnen - naast het kind zelf - óók de ouders tot betaling worden aangesproken. Veelal is deze vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van beperkte duur, namelijk totdat het kind wél voldoende inkomsten heeft.